Inspiratie

Een interview met Nancy ten Have-Ceelen: omgevingsmanager en docent Omgevingswet

Wij deden een interview met omgevingsmanager en docent Omgevingswet: Nancy Ten Have-Ceelen. Nancy werkt inmiddels al zo’n 11 jaar als omgevingsmanager/projectleider voor verschillende opdrachtgevers, zoals Waterschappen en Staatsbosbeheer. Ze houdt zich met name bezig met projecten op gebied van gebiedsinrichting en natuurontwikkeling. Naast haar rol als omgevingsmanager brengt ze als docent Omgevingswet gemeenten iets bij over de betekenis van de aanstormende Omgevingswet en de gevolgen die deze met zich meebrengt.

Het geheim voor haar werk: een sociaal en empathisch karakter. Iets willen betekenen voor anderen, maar altijd met een doelgerichte visie. Lees onderstaand in het interview hoe Nancy invulling geeft aan haar rol als omgevingsmanager en wat de komst van de nieuwe Omgevingswet voor ons vak betekent.

Eerst even voorstellen. Wie ben je, wat doe je en waar houd je je zoal mee bezig in het dagelijks leven?

“Ik ben Nancy en woon in Son en Breugel, in de buurt van Eindhoven. Ik werk nu ruim elf jaar als omgevingsmanager en al een jaar of 17 als projectleider. Vanuit daar ben ik in het omgevingsmanagement gerold, en sinds anderhalf jaar doe ik dat als ZZP’er. Sindsdien heb ik verschillende opdrachtgevers gehad, zowel aan de bedrijfskant als aan de (semi-)overheidskant. Op die manier benader ik verschillende invalshoeken van het omgevingsmanagement.

Nog iets meer over mezelf. Ik ben getrouwd en heb een zoon van 8. Naast ons gezin en naast het werk, wandelen we graag. We zijn graag buiten. Daarnaast vind ik het leuk om gezellige dingen te doen, zoals spelletjes of afspreken en eten met vrienden – dat soort dingen. Dus ik denk dat het sociale ook wel in mijn karakter zit.

Dat is ook een van de pijlers waarop ik mijn werk uitvoer. Ik ben sociaal, communicatief en empathisch. Ik vind het fijn om mensen om me heen te hebben. Daarnaast vind ik het fijn om met mensen te werken en iets voor hen te kunnen betekenen, om zo samen tot een mooie flow te komen.”

Je vertelde dat je vanuit het projectleiderschap het omgevingsmanagement in bent gerold. Hoe ben je bij omgevingsmanagement terechtgekomen?

“Ik ben ooit begonnen bij het waterschap, als projectleider. Destijds had je allemaal ‘all-round’-projectleiders. Omgevingsmanagement bestond gewoon nog niet. Toen was Rijkswaterstaat al wel om en nabij gestart met het Integraal Projectmanagement Model – waar omgevingsmanagement wat mij betreft allemaal uit voortgekomen is. Dat begon natuurlijk bij Rijkswaterstaat, maar dat kwam ook naar de waterschappen vanwege de ‘Ruimte voor de rivier’-projecten die wij toen als waterschap voor Rijkswaterstaat uitvoerden. Zij eisten toen ook dat de organisatie op die manier vorm werd gegeven. Zo zijn wij daar als waterschap mee in aanraking gekomen. Uiteindelijk zijn alle projecten op die manier vormgegeven, omdat snel duidelijk werd dat dat heel goed werkt.

Als projectleider heb je toch ook je voorkeur of in ieder geval een kant waar je goed in bent en kanten waar je minder goed in bent. Het idee is dat je je in een van die kanten specialiseert en voor mij is dat omgevingsmanagement geworden.”

Als we specifiek kijken naar jouw rol als omgevingsmanager op gebied van gebiedsinrichting en natuurontwikkeling, wat houdt die rol dan precies in?

“Ik denk juist dat dezelfde zaken bij ieder project belangrijk zijn. Dan heb ik het over de inbedding van het project in zijn omgeving: uiteindelijk is er altijd een initiatief, organisaties willen iets, en dat moet over de bühne gebracht worden in de buitenwereld – of dat nou de renovatie van een station is, of een natuurgebied.

Het is altijd zo dat je bij mensen komt die er iets van vinden. Een project is natuurlijk puur gericht op realisatie, maar het werkt wel zo fijn, efficiënt en handig als de omgeving het ook ziet zitten. Dat vind ik echt een hele belangrijke taak, om dat project zodanig over de bühne te krijgen, dat het project gewoon op een vlotte manier doorgang kan vinden. Niet iedereen hoeft heel blij te zijn, maar het gaat me er wel om dat mensen er vertrouwen in hebben. Op zijn minst dat mensen het accepteren, dat vind ik wel een belangrijke taak van een omgevingsmanager. Daar horen natuurlijk nog andere zaken bij: alle contacten met de belangenverenigingen, met de overheden en eventueel conditionerende onderzoeken.

Zelf ben ik altijd het meest bezig geweest met een strategische aanpak: we hebben een project, hoe gaan we dit qua omgevingsmanagement aanpakken, zodat we daar maximaal rendement uit kunnen halen? Dat betekent ook wel dat ik bij mensen in huis kom, maar ik probeer wel altijd om op een strategische positie terecht te komen, juist omdat de invulling dan nog gegeven kan worden. Als je invloed hebt op de manier waarop iets gaat gebeuren, dan heb je de meeste impact.”

En als je kijkt naar eerdere projecten die je hebt gedaan,  hoe neem je dan bijvoorbeeld de omgeving mee in zo’n project?

“Ik heb een aantal jaar geleden een project gedaan, waarbij de omgeving heel erg tegen was. Dat merkten we ook aan de geschiedenis: het project werd steeds opgestart en stilgelegd, opgestart en stilgelegd. En nu moest het echt gebeuren. Wat we toen gedaan hebben en wat ook echt gewerkt heeft, is écht de tijd nemen – niet mensen overvallen met veel of grote stappen. In kleine stapjes, heel transparant zijn en een persoonlijke aanpak. Dus bij heel veel mensen thuis, gewoon aan de keukentafel gaan zitten. Geen grote gezelschappen, maar iedereen die ertoe doet, persoonlijk opzoeken.”

Met die persoonlijke aanpak, merk je dan ook dat er meer begrip en meer draagvlak is?

“Dat, maar ook andersom, want je kunt ook veel meer voor mensen betekenen als je daar aan tafel zit. Als je 100 man in de zaal hebt, kun je vrij weinig voor ze doen. Maar als je aan tafel zit, kun je in ieder geval luisteren wat er aan de hand is en wat ze graag willen. Vervolgens kun je puzzeltjes gaan leggen.

Op dat moment zaten we met een grootschalige verwerving (kavelruil etc.). Als het voor mensen zo gevoelig ligt, dan is mijn eerste aanpak altijd luisteren. Wat willen mensen? En kijken wat wij voor hen kunnen doen, uiteraard binnen het project. Het moge duidelijk zijn dat je iets wilt bereiken. Maar als je meteen begint met wat jij wilt (als omgevingsmanager), dan staan mensen al niet meer in de luisterstand. Het is belangrijk om mensen eerst in die stand te krijgen, door te zorgen dat ze zelf ook gehoord worden.”

En als we even verder inzoomen op jouw rol als omgevingsmanager binnen Staatsbosbeheer, kun je vertellen hoe je daar terecht bent gekomen?

“In mijn tijd bij het waterschap heb ik veel samengewerkt met Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer is altijd partner in gebiedsinrichting projecten, als zij daar gronden hebben liggen. Dus ik had al een vrij lange historie met Staatsbosbeheer en het is gewoon een hele leuke organisatie. Er werken ontzettend veel, hele gedreven mensen, die ook echt met hart voor de zaak 24 uur per dag aan het werk zijn om iets moois te maken van de natuur. Dat vond ik altijd zo mooi om te zien, dat ik dacht: dat wil ik ook wel eens meemaken! Zo ben ik daar eigenlijk terechtgekomen.”

Uiteraard spelen binnen Staatsbosbeheer bepaalde onderwerpen, zoals biodiversiteit en de natuurbeschermingswet, een grote rol dan bij andere projecten. Hoe speel je daar als omgevingsmanager op in?

“Mijn werk als projectleider/omgevingsmanager binnen Staatsbosbeheer, heeft vooral te maken met het werk ten uitvoer brengen binnen het grote geheel van Staatsbosbeheer. Daarbij heb ik te maken met interne stakeholders, zoals bijvoorbeeld de boswachter Beheer of boswachter ecologie. Staatsbosbeheer is een enorm gedreven organisatie en dat betekent ook dat veel mensen kennis hebben, ergens iets van weten, maar ook ergens iets van vinden. Dus het is voor mij als projectleider de taak om alle kikkers in de kruiwagen te hebben en te zorgen dat ik iedereen (die er iets van vindt) betrokken heb.

Staatsbosbeheer, als grootste terreinbeheerder van ons land, heeft beleven, benutten en beschermen als credo. Ik denk dat het wel duidelijk is waar het voor staat: beleven is echt voor de recreant; benutten heeft vooral te maken met het op een duurzame manier benutten van natuurgebieden (voor bijvoorbeeld het klimaat of windenergie); en vooral het beschermen van het groene erfgoed met de natuurprojecten. Deze drie dingen moet ik wel zien te coveren in mijn project.

Ik denk weleens na over het verschil tussen een project uitvoeren voor Staatsbosbeheer en voor een andere organisatie. Wij hebben het over stakeholdermanagement, maar dat woord kom ik bij Staatsbosbeheer niet zo vaak tegen. Het heeft te maken met wie Staatsbosbeheer is als organisatie en hoe zij hun werk doen. Het zit in de haarvaten van Staatsbosbeheer dat ze een maatschappelijke organisatie zijn, en niet vóór, maar mét de samenleving taken uitvoeren, met een zo’n groot mogelijk maatschappelijk draagvlak.”

Dat coveren van die drie aspecten van Staatsbosbeheer in projecten, heb je daar ooit een grote uitdaging in gezien binnen een project?

“Een voorbeeld: in een project moest in plaats van naaldbos, vochtige hei worden teruggebracht om bepaalde plant- en diersoorten betere kansen te geven. Dit betekent dat je bomen gaat kappen. Dit ligt gevoelig. Zeker bij gebieden waar recreanten komen, die de werkzaamheden ook zien gebeuren.

Op dat moment wordt er wel nagedacht over de manier waarop we dat dan moeten doen: a – hoe gaan we dat inbedden, b – we moeten wel een verhaal hebben waar we zelf achter staan. Herstel van plant- of diersoorten gaat soms ten koste van bos, maar daar krijg je dus ook iets belangrijks voor terug. En vaak is er een herplantplicht…”

Als we dan even overstappen op jouw rol als docent Omgevingswet. Je geeft introductiecursussen. Voor wie zijn deze cursussen precies bedoeld?

“In principe voor iedereen die er interesse in heeft, maar ik heb nu zelf cursussen gegeven aan gemeenten en adviesbureaus. De Omgevingswet is natuurlijk in eerste instantie voor gemeenten een hele grote ommezwaai, maar adviesbureaus ondersteunen gemeenten en initiatiefnemers daarin. Dus je merkt dat die ook nog heel erg zoekende zijn, naar wat die Omgevingswet voor hen nou eigenlijk gaat betekenen. Waar moeten ze op aanhaken? Zij moeten dit namelijk weten en daarin kunnen adviseren, maar wat moeten ze dan precies weten?”

En tijdens deze introductiecursus, wat geef je gemeenten en adviesbureaus dan mee met betrekking tot de Omgevingswet?

“Het begint eigenlijk altijd met een introductie, want de Omgevingswet is een gigantische stelselherziening. Wat staat er nou in die wet? Wat moeten we doen en welke instrumenten biedt die wet ons? Wat wordt er van ons verwacht qua houding en gedrag? Het digitaal stelsel Omgevingswet is een hele grote ICT-operatie die nodig is om de wet te ondersteunen. Wat is dat dan en wat moeten wij daar straks mee? Met zulke basisdingen begint het eigenlijk. Je moet eerst weten waar je het over hebt, voordat je met je eigen omgevingsvisie en omgevingsplan aan de slag kan gaan. En dat is tegelijkertijd juist waar de mensen ook mee worstelen. Ik geef ze de basis mee, maar uiteindelijk moeten ze natuurlijk wel aan de slag met een visie en een plan.

Daar willen we nu ook nog naar gaan kijken (de praktische kant), want die vragen komen toch wel boven. Ze snappen de basis, maar wat moet er vervolgens gebeuren? Ik ben ook met enkele bureaus aan het kijken om daar een praktische invulling aan te geven. Je leert pas echt door te doen. We zijn aan het kijken naar hoe wij kunnen leren door doe-trajecten op te starten, om bijvoorbeeld een onderwerp als Omgevingswet te implementeren.”

En als we de komst van de Omgevingswet betrekken op het werk van een omgevingsmanager, wat voor veranderingen brengt de nieuwe Omgevingswet daarvoor met zich mee?

“De grote overlap tussen omgevingsmanagement en Omgevingswet is niet het woord omgeving (ergens ook wel), maar participatie. Als omgevingsmanager ben je natuurlijk dagelijks bezig met het betrekken van mensen bij projecten. De Omgevingswet legt eigenlijk de wettelijke grondslag voor de verplichte participatie. Uiteindelijk is dit stuk van de Omgevingswet ook voortgekomen – tenminste het beeld dat ik ervan heb – uit de manier waarop omgevingsmanagers bij grote projecten te werk gaan.

Uiteindelijk is iedereen er al achter gekomen dat je beter gewoon vanaf niveau 0 met mensen kunt overleggen en hen kan betrekken. Zo krijg je zowel beter draagvlak als betere plannen en vanuit die basis wordt nu ook de Omgevingswet ingevuld. Dat betekent dus dat voor veel meer projecten – nu zie je het eigenlijk alleen vooral bij de grote projecten –participatie een rol zal gaan spelen.”

Hoe houd je als omgevingsmanager grip op de steeds groter wordende stem van de burger?

“Participeren om te participeren is altijd de slechtste reden om te participeren, zeg ik altijd. Je gaat uit van een bepaald doel, je wilt iets bereiken. Ik denk dat dat heel duidelijk moet zijn, maar in dienst van het project kan het heel nuttig en effectief zijn om mensen te betrekken of om bepaalde dingen – die je in eerste instantie misschien niet in gedachten had – mee te nemen in een project. Juist om draagvlak te creëren, denk ik dat je als omgevingsmanager ‘eyes on the ball’ hebt, je hebt immers je eigen doelstellingen. Vervolgens moet je slimmigheden verzinnen om zo goed mogelijk naar je eindpunt te komen. Dat betekent dat je van buitenaf veel input krijgt waar je iets mee moet en dat je flexibel genoeg bent om daar op een goede manier mee om te gaan.”